Sinds ze hem tegenkwam in The Last Kingdom is gastblogger Martine totaal gefascineerd door een Oud-Engelse koning: Alfred de Grote. Ze leerde Oud-Engels (inclusief de runen), las alles van en over Koning Alfred dat los en vast zat. En ze maakte en roadtrip door zuid-oost Engeland, op zoek naar sporen van haar held. Voor Reismuts doet ze verslag van deze afwisselende reis, in tekst, muziek en foto’s. Dit bericht is het eerste in een serie van vier en hierin neemt ze je mee naar Canterbury.

Er valt vanalles te beleven in de graafschappen Kent en Sussex. Eén van de vele parels in die prachtige streken in het zuiden van Engeland is Canterbury. Een heel pittoresk Middeleeuws stadje, verrassend en niet ver van huis – geknipt voor een weekendje weg, dus! Zelf ben ik een echte treinreiziger. Maar dankzij de ferry naar Dover – met uitzicht op de schitterende krijtrotsen – is Canterbury ook makkelijk te bereiken per auto of motor. Je rijdt het in een half uurtje vanaf Dover en dat reisje is an sich al een feestje – zeker op een zonnige dag.

De Canterbury Cathedral

In de beroemde Canterbury Tales van Geoffrey Chaucer zijn de pelgrims onderweg naar Canterbury. Van Londen reizen ze naar Canterbury Cathedral, de grote kerk in het centrum van de stad. Tegenwoordig is dit Engelands bekendste kathedraal en staat hij helemaal in de stijgers (een vijfjarig renovatieproject, heel aanschouwelijk). Ik zou iedereen aanraden een bezoekje aan deze kerk niet over te slaan. Er valt genoeg te horen en te zien! Elke dag zijn er gezongen diensten en ik vond het een bijzondere ervaring om mee te zingen in een Evensong. De architectuur is deels romaans, deels gotisch en de kerk is schitterend gedecoreerd met verschillende middeleeuwse muurschilderingen en prachtige glad-in-lood ramen.

Langs de gangpaden staan beelden van allerlei Engelse koningen en koninginnen. Ik herkende onder meer Æthelberht (560-616), maar ook Victoria (1819-1901) zelfs Elizabeth II (*1926) – de huidige queen of England. Ook herbergt het gebouw onder meer de befaamde relikwieën van de middeleeuwse aartsbisschop Thomas Becket (1118-1160), die er vermoord is. Er is een permanente tentoonstelling over de geschiedenis van de kerk. In mooi overzichtelijke vitrines leer je bijvoorbeeld meer over de oprichting (in 597). Je ziet schitterende boeken uit de 8e eeuw en filmpjes over hoe monniken die boeken hebben gemaakt. En je leeft mee met de spannende avonturen van dappere duikers, die hun leven waagden voor de restauratie van deze kerk. Loop vooral ook even een rondje om de kerk. Kijk naar de mooie kruidentuin, het reusachtige houten paard en het Armeense kruis.

Het gezellige centrum van de stad

Door het rijke verleden heeft Canterbury een geweldige sfeer. En het is heerlijk romantisch om door de gezellige straatjes te struinen of een wandeling te maken over de oude stadsmuren. Of vaar met een bootje over de Stour. Met of zonder begeleiding van de echte kenners kun je genieten van diverse levendige tours met indrukwekkende uitzichten op de bijzondere stad. Daarnaast kun je in de autovrije binnenstad leuk winkelen. En doordat het een studentenstad is heeft het ook een bruisend uitgaansleven. In de woorden van travelblogger Lisette van Beek: “Of je nu op zoek bent naar alternatieve kroegjes, hippe restaurants of traditionele pubs: in Canterbury is voor ieder wat wils.” Genoeg horecagelegenheden, dus. Lisette ging voor de bruisende Club Burrito (een hippe kroeg die nu gesloten is). Ik koos voor The Lady Luck (alternatief) en Café des Amis (Mexicaans). Maar er zijn nog veel meer leuke tentjes te vinden.

In het centrum bevinden zich ook diverse musea. In het Beaney House of Art and Knowledge – hier op de oude ansicht die ik er kocht – vind je werken van lokale kunstenaars, mooie oud-Engelse sieraden en een tentoonstelling van typisch Engelse troeteldieren. Bruintje beer – een wit beertje, euh… – kende ik al van het liedje door Paul McCartney. Origineel heet hij Rupert. Maar  deze grappige draaiorgel-muizen en de roze-gestreepte kat (vast een ouder brusje van die uit Alice in Wonderland) had ik zelf nog nooit gezien. Het Beaney House organiseert ook wisselende exposities, toen ik er was kon je er onder meer moderne foto’s bekijken. Daarnaast heeft het een levendig café met lekkere taartjes.

Canterbury

Het mooiste museum in Canterbury vond ik het Canterbury Roman Museum. Hier zie je onder andere een Romeinse vloer van een ‘domus’. Dat is een stadswoning voor de rijkere klasse met een naar binnen gekeerd afwateringssysteem. Ironisch genoeg is deze schitterende vloer ondekt na een gruwelijk bombardement, tijdens de tweede wereldoorlog. Het mozaiek op de foto komt uit de gang van wat eerst de domus was en is waarschijnlijk gelegd rond het jaar 300. De tentoonstelling laat mooi keramiek zien en geeft interessante weetjes over sieraden en haarstijlen van de Romeinen in “Engeland”.

Kortom, het centrum is echt onwijs gezellig, met al die kleine winkeltjes, interessante musea en kroegjes rondom de kerk, zo te midden van het typisch Engelse glooiende landschap. Je kunt er lekker en betaalbaar uit eten – en er is genoeg vega(n) keus – en de biertjes zijn goed (vooral bij The Foundry Pub and Brewery). In december is er bovendien een schattige kerstmarkt.

Nieuwsgierig naar meer van de reis, bekijk dan deze reisvideo van Martine.

De oudste abdij van Engeland

Maar blijf niet binnen de stadsmuren hangen, want vlak daarbuiten – aan de oostzijde – vind je de oudste abdij van Engeland. Deze ruïnes van het meer dan duizend jaar oude klooster St. Augustine’s Abbey en de bijbehorende St. Martin’s Church werden in 1988 door UNESCO op de Werelderfgoedlijst geplaatst, samen met de kathedraal van Canterbury. En dat is niet voor niets: deze gebouwen hebben een sleutelrol gespeeld in de geschiedenis van zuid-oost Engeland.

Het Benedictijnse klooster werd in 598 gesticht door St Augustinus. Die kwam in opdracht van de paus naar Engeland om de Angelsaksen te kerstenen. Op deze aquarel door Henry Tresham (1751-1814), uit het Beany House, zie je een impressie van de heilige Augustinus’ ontmoeting met koning Æthelberht (560-616). Dwingeland Henry VIII (1491-1547) liet de abdij vernielen. Maar er is nog genoeg bewaard gebleven om je een goed beeld te vormen van hoe het kloosterleven er geweest zou kunnen zijn. Zeker dankzij het mooie en overzichtelijke museum erbij. Op een mooie dag is het ook gewoon heel ontspannend om lekker over het terrein te wandelen met de audio-tour op je hoofd.

Canterbury

Nog veel meer te zien

Bezienswaardigheden waar ik niet meer aan toegekomen ben, is onder meer de Canterbury Tales attractie. Dat is een reconstructie van uitzicht, klanken én geuren uit Chaucer’s tijd en plaats. En het museum bij de Westgate Towers (de geschiedenis van deze poort uit 1379) en het Howletts Wild Animal Park (een dierentuin van 36 hectare). Maar dat geeft niet, want ik kom er vast nog wel eens terug. Vanuit het Franse Duinkerke kun je zó naar Dover varen. En voor je het weet, bevind je je in een heel nieuwe wereld. Oh en dan ga ik ook sparen voor de Silver Ring Workshop. Daar maak je in drie uur je eigen “middeleeuwse” ring. Als aandenken aan mijn reis en mijn nieuwe verbindingen met Alfred de Grote.

Wat Martine leerde over Alfreds connecties met Canterbury vind je hier.

Hou je van stedentrips vol historie? Wat dacht je dan van Rome, Boedapest of Trier!